5
Edel en hoog geboren,
Van keizerlijken stam,
Een vorst des rijks verkoren,
Als een vroom Christenman,
Voor Godes woord geprezen
Heb ik vrij onversaagd,
Als een held zonder vrezen,
Mijn edel bloed gewaagd.
6
Mijn schild en mijn betrouwen
Zijt Gij , o God ,mijn heer!
Op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer!
Dat ik toch vroom mag blijven,
Uw dienaar t'allen stond,
De tyrannie verdrijven,
Die mij mijn hart doorwondt.
| |